Abdurehim Gheni
Mijn naam is Abdurehim Gheni. Ik woon in Nederland met mijn vrouw en drie kinderen. Sinds 23 Mei 2017 heb ik geen contact kunnen krijgen met mijn 19 familieleden die in Oost-Turkestan wonen. Ik weet niet of ze nog in leven zijn of in een concentratiekamp of gevangenis zijn.


Ik heb in mijn eentje in de weekenden geprotesteerd op de Dam in Amsterdam sinds 23 juni 2018 om bekendheid te geven aan de benarde situatie van Oeigoeren inclusief mijn familie.
Ik heb ook vreedzaam gedemonstreerd voor het gebouw van de Nederlandse regering en het Chinese consulaat in Den Haag.
Ook heb ik gedemonstreerd in Parijs voor de Eiffeltoren, en voor het gebouw van de Verenigde Naties in Genève. Desondanks kreeg ik geen antwoorden over mijn vermiste familieleden.
Ik heb brieven gestuurd naar de koning, minister president van Nederland en de minister van Buitenlandse Zaken met de vraag om mij bij te staan om informatie te verkrijgen over mijn vermiste familieleden via diplomatieke kanalen.
Namens mij naam, ze contact op met de Chinese ambassade in Nederland, die contact met mij opnam voor meer informatie over de identiteit van mijn gezinsleden. Ik heb alle details verstrekt die ik had, maar daarna hoorde ik niets meer.
14 Augustus 2020 protesteerde ik in mijn eentje voor de Chinese ambassade in Den Haag om te eisen dat zij mij de informatie gaven over de situatie van mijn familieleden. Toen ik mij op het terrein van de ambassade begaf om een antwoord te krijgen, werd ik gearresteerd door de Nederlandse politie en na twee uur vrijgelaten met een boete van 1000 euro.
Op de tweede dag van mijn demonstratie voor het gebouw van de Chinese ambassade werd ik gebeld uit China door mijn jongere broer Abdukerim Gheni. Hij vertelde mij dat ik met de Chinese politie
moest bellen. Hij belde mij later nog tweemaal terug om mij te vertellen dat al mijn familieleden het goed maakten maar dat ik geen toestemming had met hen te spreken, alleen met hem.
24 september 2020 kreeg ik een brief van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken , zij stuurden mij een brief door van de Chinese autoriteiten die mij informeerden dat vijf van mijn familieleden afzonderlijk waren veroordeeld tot gevangenisstraf variërend van 3 tot 16 jaar met verschillende aanklachten.
De andere familieleden waren vrij. Ik heb geprobeerd met hen in contact te komen , maar dit is niet gelukt. Mijn broer Abdukerim heeft mij ook niets over hen verteld.

Ik vertrouw de Chinese regering niet over wat zij vertelden, namelijk dat mijn overige 14 familieleden in vrijheid leven.
Als zij inderdaad vrij zijn, waarom staan de Chinese autoriteiten dan niet toe dat ik telefonisch contact met hen kan hebben?
Tragisch is het, dat mijn situatie geen uitzondering is en wat er met mijn familie gebeurt de norm is voor de meeste Oeigoerse families in Oost -Turkestan.
Ik vraag de Chinese regering weer, waar zijn mijn 19 familieleden. De verdwijning van mijn 19 familieleden is het levende bewijs van de miljoenen Oeigoeren die onderworpen zijn aan de genocide van China.