Abdurehim Gene Uyghur

Een maand geleden plaatste een Nederlandse filmmaker een korte Facebook post waarin hij zei dat hij een documentaire wilde maken over de Oeigoeren. Vervolgens hadden veel mensen mij kennis laten maken met deze filmmaker

Ik stuurde een korte film die ik had gemaakt naar de filmmaker waarin ik het volgende had vermeld: “Mijn 19 verdwenen familieleden zijn het bewijs van de genocide van de Chinese regering tegen de Oeigoeren”. De filmmaker, die gedetailleerde informatie had over de verdwijning van mijn familie, nam contact met me op en zei dat hij twee scènes voor de video zou maken, een in mijn huis en de andere voor de Chinese ambassade. Ik schreef onmiddellijk een brief aan de stadsbestuur van Dan Haag en vroeg toestemming om op 12 april een documentaire te maken voor de Chinese ambassade waarbij ik twee dagen later werd gebeld door de politie. De politie zei dat ze niet zouden toestaan dat ik protesteerde voor de Chinese ambassade, maar dat ik wel kon protesteren achter de ambassade. Ik maakte duidelijk aan de politie dat ik daar niet zou protesteren en dat ik alleen dat een filmmaker over mijn vermiste familieleden met mij zou praten in de voorkant van de Chinese ambassade, en dan naar de Chinese ambassade zou gaan en met mijn ambassadestaf zou praten over mijn familie. Alleen dat ik aan de voorkant van de Chinese ambassade zou vertellen over mijn vermiste familieleden met de filmaker en dan vervolgens met paar ambassadepersoneel te overleggen over mijn familie. Echter gaf de politieagent aan dat hij het niet zou toestaan en zei dat ik opnieuw een aanvraag bij de burgemeester kon indienen als ik er niet mee eens ben.

Daarna had ik hierover weer een brief geschreven naar de overheid. Een dag later belde een regeringsfunctionaris me op en gaf het volgende aan: “De burgemeester heeft u niet toegestaan te protesteren.”, waarop ik zei “Ik zal niet protesteren, ik zal een interview hebben met de filmmaker en het gesprek kan een uur duren. Ik zal me aan de regels houden en ik zal niets doen dat de Chinese ambassade zal bedreigen. Ook zal ik de ambassade niet binnentreden, maar de filmmaker zal naar binnen gaan en vragen stellen over mijn 19 verdwenen familieleden. Ik zal buiten wachten en zal direct weggaan als het gesprek voorbij is.’’ zei ik. De ambtenaar zei tegen mij: “Ik zal uw verzoek op uw voorstel opnieuw naar de burgemeester sturen en ik zal u morgen per e-mail antwoorden”. De volgende ochtend kreeg ik een telefoontje van een politieagent en een e-mail van een overheidsfunctionaris. Beiden gaven weer aan dat ik achterin kon optreden, maar niet voor de Chinese ambassade. Nog maar een maand geleden protesteerde ik een week lang voor de Chinese ambassade, en riep ik: ‘’ hey, de liegende Chinese regering, op september 2020 werden vijf van mijn 19 vermiste familieleden veroordeeld tot 3 tot 16,5 jaar gevangenisstraf op basis van verschillende beschuldigingen, terwijl de overige 14 gezinsleden normaal leven. U hebt dit aan de Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken verantwoord en als hetgeen dat u hebt beweerd klopt, waarom kan ik dan mijn vermiste familieleden telefonisch niet bereiken? Als ze nog zouden leven, waarom laat u hen dan niet spreken via de televisie? Ik bleef persistent soortgelijke berichten op Facebook plaatsen. Helaas mocht ik weer een maand later geen documentaire meer maken over mijn familie. Mijn vreedzame eenmansprotest, die sinds 23 juni 2018 op de Dam in Amsterdam plaatsvindt, werd niet eerder gedwarsboomd door een excuus. Echter veranderde de gebeurtenis ter gelegenheid van de herdenking van de Oost-Turkstaanse Republiek op 14 november 2020, waarbij mijn protest werd belemmerd. Gedurende die periode was de dam beperkt waarbij ik een boete opliep van € 150, – onder het voorwendsel dat ik met de auto op de dam terecht kwam. Tot slot is te zien dat mijn vreedzaam protest voor de Chinese ambassade en het feit dat de Chinese regering al meer dan twee en een half jaar getuige is van het bloedbad van Oeigoeren op de Amsterdamse Dam, op grote schaal aan de Chinese regering zijn gemeld. Want mijn strijd voor de vrijheid van de Oeigoerse natie kan door geen enkel excuus worden gestopt, noch kan het mijn wil en geest breken en voor degenen die opkomen voor hun eigen waarden zullen zeker overwinnen.